Je puber ligt op de bank, de afstandsbediening in de hand, zappend langs kanalen zonder ergens te blijven hangen. Je vraagt iets heel gewoons, of je puber het bord even wegbrengt, en je krijgt een snauw terug die je niet zag aankomen. Even daarvoor leek er nog niks aan de hand, en dat is precies wat je zo uitput: je weet nooit wat je krijgt.

Dus je gaat opletten. Je peilt de sfeer al voordat je de kamer binnenloopt, je kiest je woorden, je timing, je moment. Het hele gezin doet dat eigenlijk. Iedereen loopt op eieren om die ene niet boos te maken, en broers en zussen merken het ook: die worden stiller, of trekken zich terug naar hun eigen kamer.

Dit had je anders bedacht

De kinderen worden groter, wat zelfstandiger, en je dacht: nu komt er wat ruimte. Voor jezelf, voor sporten, voor vrienden, voor de dingen die er de afgelopen jaren bij inschoten. In plaats daarvan zit je hoofd vol.

Je bent moe. Je bent geïrriteerd, vaker dan je zou willen. En onder die irritatie zit iets wat zwaarder weegt: je maakt je zorgen. Wat moet er van dit kind terechtkomen als het zo doorgaat?

Je merkt dat je zelf ook verandert

En dat zeg je misschien niet hardop. De ene keer word je kortaf en hap je terug voordat je er erg in hebt. De andere keer ga je juist eindeloos uitleggen waarom iets moet, alsof je met genoeg woorden wel bij je puber binnenkomt. Of je wordt boos, of juist overdreven vriendelijk, in de hoop dat het vandaag meevalt. Wat je ook probeert, het levert strijd op, of op zijn minst een paar rollende ogen.

De gedachte die binnensluipt

Op zulke momenten komt er iets in je op: dat je hier eigenlijk niks aan kunt doen, dat de puberteit iets is wat je moet uitzitten, met je tanden op elkaar, tot het over is. Ik snap waar die gedachte vandaan komt, want als alles wat je doet strijd oplevert, ga je vanzelf denken dat doen geen zin heeft.

Maar het klopt niet.

Je hebt meer invloed dan het voelt

Alleen zit die invloed niet waar je hem zoekt. Zolang je wacht tot je puber verandert, blijf je machteloos, want dat heb je niet in de hand. Wat je wél in de hand hebt, ben jij: hoe je reageert als het schuurt, wat je zegt als je puber snauwt, wanneer je iets aangaat en wanneer je het laat lopen.

Dat klinkt misschien oneerlijk. Waarom moet jij iets veranderen terwijl je puber degene is die op de bank hangt en snauwt? Dat begrijp ik. En toch zit hier het goede nieuws: jij bent de enige in huis die je echt kunt sturen, en dat is genoeg om de boel in beweging te krijgen.

Daar gaat PuberProof over

Het is een online traject voor ouders. Jij doet het. Je puber hoeft nergens aan mee te doen en hoeft ook niks te veranderen voordat het thuis anders kan worden. Je leert begrijpen wat er in je puber omgaat, je gaat zien wat er achter dat gedrag zit, en je ontdekt hoe jouw reactie de sfeer thuis meer stuurt dan je denkt. Niet om er beter tegen te kunnen, maar om je kind weer terug te krijgen.

Begrijp wat er speelt

Wat er onder het gedrag van je puber zit, en de kleine draai die het contact weer opent. Je leest het in een kwartier. Laat je mailadres achter, dan krijg je het meteen toegestuurd — en je hoort als eerste wanneer je je kunt aanmelden voor PuberProof.